Komkommers in Casablanca
25 oktober 2008Brussel. Het vliegtuig naar Casablanca vertrekt vanuit België. M’n afritsbroek en het feit dat de reis vanuit Nederland inmiddels langer duurt dan de feitelijk vlucht maakt mij voor even een reiziger die continu op weg is. Als reiziger kom ik Joop tegen. Joop uit het Westland. Hij doet in paprika’s. Niet alleen zijn getaande gezicht, ook zijn doen en laten, verraden een man met geschiedenis ergens begin zestig bezig met een leven na z’n eerste huwelijk en familiebedrijf. Ooit een miskoop gedaan in Frankrijk, geld weg. Het heeft hem alerter gemaakt en nu een plan in Marokko: “In Nederland is het haast niet meer te doen met al die regelgeving en kosten voor energie en mensen. En die Marokkaanse vrouwtjes werken het hardst. Daar heb ik respect voor. En het is een prachtig land, prachtig weer, omgeving is mooi en mooie vrouwen…begrijp je?”, sluit hij af met een ondeugende blik.
De vlucht is een uur vertraagd. “Typisch Marokkaans, ze zijn niet precies en houden zich niet aan de afspraak”.
Hij bestelt ons twee Belgische blikjes bier. Een half litertje op de middag. Moet kunnen. Haast wekelijks pendelt hij op-en-neer, ‘kent’ de dienstbare Belgen van het barretje naast de gate. ’s Avonds in ‘casa’ een afspraak met komkommer-lui uit Frankrijk. Maar komkommers is eigenlijk niets, veel te waterig.
Als ik wil, mag ik met hem meerijden vanaf de luchthaven: “Er is toch een plek vrij in de gehuurde auto’s en die Fransen zijn vertraagd, dat wordt pas half twaalf casablanca-tijd. Kun je nog wat van de stad zien.”
We boarden.
Casablanca. Bij de bagageband zoek ik Joop op. Ondertussen ben ik gespot door een reisgenoot uit Utrecht en nog een uit Venlo. De paprikateler wacht op een belletje van het autoverhuurbedrijf maar zonder fiducie. Het wordt toch een uur later: “Typisch Marokkaans hè. En ik heb eigenlijk maar één plek”.
Een laatste poging om voor de binnenlandse vlucht een rondje Casablanca te doen lijkt bijna te stranden door de bijkomende factoren van groepsreizen. We lopen in de armen van De Reisleider die de groep optrommelt en de briefing begint: een uitgebreid kringgesprek op een doodsaaie luchthaven op een half uur rijden van Casablanca. Met een reisgenoot ontsnap ik met de trein en we regelen een petit-taxi die ons rondrijdt en naast dé Hassan II-Moskee vooral de hot spots laat zien van rijk Marokko: “Regardez the cars! les BMW’s expensive des étranges”. Na deze slakkenrit (haast kennen ze niet) pakken we de trein terug in de wetenschap dat we - als alles goed gaat - vijf minuten voordat het vliegtuig vertrekt, aankomen. Een sprintje door hal 1 van Mohammed V Airport, security en we boarden precies op tijd.
Fijn zo. Rond middernacht komen we aan in het hotel buiten Ouarzazate met onverlicht buitenzwembad maar prima koffie. De groepsreis kan beginnen als Joop ondertussen aan de kust wachtend op zijn Marokkaanse maîtresse z’n eenzaamheid verdrinkt. Hij had toch gelijk. Geen komkommers dit jaar.