Nepal 2005 (rewind)

niets is dat wat je denkt dat het is

Er zijn foto’s van dit geheel. Het was denk ik in een weekend, het was zonnig buiten en ik besloot om een plan te gaan maken voor m’n vakantiebesteding. Dit maal geen kampeervakantie, geen vakantie dichtbij huis, maar iets anders. Zuid-Afrika, Nieuw-Zeeland, PatagoniÎ en Kenia passeerden de revue. Verlekkerd bladerde ik door de reisgidsen. Uiteindelijk bedacht ik me dat het handig zou zijn om wat randvoorwaarden duidelijk te hebben; waaraan moet mijn vakantie voldoen? Een groepsreis, als alleengaander is een groep toch nog altijd gezelliger; Redelijk goed weer, want je bent maar een keer per jaar zolang weg en dan moet het wel mooi zijn en ook nog een gezonde combinatie tussen actief, natuur en cultuur en dat allemaal in onze herfst. Na wat rondbladeren viel de keus op Nepal. Nooit eerder had ik gedacht hier heen te gaan, maar ik heb er geen seconde spijt van gehad…

De reis geboekt, bevestigd en betaald en de dag van vertrek kwam in zicht. Met een batterij aan inentingen en anti-malaria-tabletten kwam ik bij de huisarts vandaan. Je gaat op reis en neemt mee… als dat maar goed gaat. Op de valreep – want plannen.. wat is dat? – nog een windjack aangeschaft en m’n rugtas laten repareren. Donderdagmiddag was alles gereed. Om 17.00 zou ik op Schiphol moeten zijn. Om 17.06 nam ik de tickets in ontvangst gaf moederlief een afscheidsknuffel (tot over drieeneenhalve week, vergeet Flip en de planten niet) en liep uiteindelijk richting gate. Niet veel later steeg vlucht KL1241 op naar Charles de Gaulle – geen weg meer terug. Via Doha (da’s in het Arabische Qatar) vlogen we naar Kathmandu, hoofdstad van Nepal. En daar begon de vakantie.

Gebroken van de vlucht, duf maar ook vol verwachting liep een groep lange Europeanen (incl. 2 Belgen) van negentien man/vrouw in een stoffige, onduidelijke, chaotische stad. De reisgids als enige vertrouweling voor dat moment in de ene hand en de camera voor later in de andere hand. Wat is dit raar. Koeien, riksja’s, motoren, taxi’s en forensende auto’s krioelen tussen de huizen door op weg naar elders. Geen idee waarom. Door de herrie, de penetrante lucht maar vooral ook de smog ontkom je niet aan de stad. Kathmandu is een hoofdstad. Er gebeurt veel en er is ontzettend veel te zien. Als toerist laat je je loodsen door het gebrekkig geschreven Engels op de kleurrijke borden in het toeristische Tamel, langs de boeddhistische tempels buiten de stad en het monumentale door Duitsers gerestaureerde Bhaktapur. Geflankeerd door straatventers van ‘authentieke’ souveniers tegen ‘good price’ maken wij kennis met deze stad met zijn variatie in mensen en monumentale momenten.

Ons hotel herbergt zich achter een dik stalen hek en is voorzien van warm stromend water, electriciteit en tv op de kamer. Op straat blaft een hond als een motor voorbij sjeesd. Wij gaan slapen en laten het Everest beer zijn werk doen.

Sinds een paar jaar is het niet heel stabiel in dit land. De neef van de koning besloot het koningshuis overhoop te schieten en niet lang daarna bezweek hijzelf aan de gevolgen van deze ongenuanceerde uiting van ongenoegen. Zijn vader, die er ‘toevallig’ niet bij kon zijn, bleek de rechtmatige troonopvolger en is tot vandaag de dag koning van Nepal. Nog treuriger is het dat hij zich niets aantrekt van het volk. Het land glijdt langzaamaan de definitieve armoede in. Af en toe vliegt hij voor een helikoptervluchtje naar Pokhara en sluit hij zich op in het vakantieverblijf.

Niet heel ver van dit verblijf was de ingang van ons hotel: ‘Moonlight Resort’ aan Lake Side Pokhara. Idylisch uitzicht, prima kamers en mooi weer. Verderop presenteert de grote winkelstraat zich als grote dumpstore aan de toerist. ‘Original Russian copy’ is een kwaliteitslabel en wandelstokken die je alleen op de heenweg kunt gebruiken maar terug waarschijnlijk breken, behoren tot het standaard assortiment. Al snel bekruipt je de gedachte dat het onmogelijk moet zijn om al die spullen te kunnen verkopen… maar ze staan er wel, al jaren, de handelaars die je van alles wijsmaken, je laten wantrouwen en een schuldgevoel geven als je toch nog 50 rupees afdingt. Zoveel als een paar eurocenten. Met nieuw-aangeschafte stokken, herpakte bagage en volgeladen batterijen kan de trektocht beginnen. Een tocht naar een eindpunt met een wel heel stoere en professionele uitstraling, niet voor watjes zeg maar: “A.B.C.: Annapurna Base Camp”. Dat hij ook wel ‘Coca-Cola-trail’ heet en de lodges een door het ministerie voor toerisme samengesteld menu aanbieden, willen we dan ook even vergeten.

Opstaan, eten, wandelen, koffie, wandelen, eten, wandelen, eten, tandenpoetsen, slapen. En dat 10 keer. Dit klinkt minder indrukwekkend dan dat het in werkelijkheid is. Want juist omdat je niets anders hebt om je druk over te maken is het genieten des te groter. Tien dagen lang door afgelegen (=geen telefoon, geen auto’s en soms geen electriciteit of stromend warm water) gebied te voet is heerlijk. Tel daar de uitgebalanceerde groep mensen bij op, prachtig weer en de luxe van dragers, pannenkoeken als ontbijt en pizza’s in Deurali en het komt helemaal goed. De tocht voer ons langs trappetjes, ongerepte natuur, watervallen, zonsonder- en opgangen en tot over de 4000 meter grens. Zuurstof is dan wat je tekort komt. Iedere stap die je zet is een stap die je zet. Door een gezonde groepsgeest, doorzettingsvermogen, Norit, Nutsen (o, nee Snickers), ORS en gekookt water hebben we het heiligdom van de Annapurnabergen mogen benaderen. Onbeschrijfelijk en onvergetelijk. De rest van de vakantie doet er dan niet zo heel veel meer toe.

Terug in Pokhara: na 5 dagen trekking, charmante Deense dames in een Nepalese hotpot die “Hoedje van papier” zingen hebben we een overdaad aan zelfvertrouwen opgebouwd die we ook weer te gelde willen maken. We gaan paragliden! Het raften van het begin van de reis moet overtroffen worden. Viktor -from Russia, dus kwaliteit- vormt met mij de tweede tandem. Ik loop als een nietsvermoedende stripheld een berg af, ‘lean back’ en neem foto’s. Halverwege laat ik me overhalen om ‘extreme’ te gaan. Mijn maag weet er alles van. Zo’n half uur later zoeken mijn voeten al luchtwandelend naar vaste bodem. Feilloos. Landing geslaagd. Genoten.

Nepal is net als Nederland. Relatief klein land met alles in zich op een korte afstand, ze hebben alleen geen strand, windmolens en klompen, maar voor de rest… Een paar uur in een hossende toerist-only-bus verder stappen we uit in de buurt van Chitwan Royal National Park. Tropisch. Vandaar die malariatabletten. We zijn redelijk verzadigd met indrukken en laten dit warme oord over ons heen komen als een welverdiende rustpauze. Je moet immers ook vakantie vieren. Na wat neushoorns vanaf een olifant gezien te hebben belanden we met z’n allen op een terrasje aan de rivierbedding. Schaamteloos zitten de heren met ontbloot bovenlijf als aan een Spaanse Costa. Pataje oorlog – de ‘j’ spreek je uit als ‘tj’, vandaar – met Ban Lassi is een echte aanrader… maar wel met mate.

De volgende dag komen we bij. We zitten in de bus weer richting KMD, zoals we Kathmandu liefkozend en als echte reis-profs noemen, voor de laatste dagen Nepal. Met een houding van ‘we kennen de stad wel’ en ‘die paraglide moet overtroffen worden’, nemen we het besluit iets te doen wat je thuis nooit zou doen: bungee jumpen. Vier uur Chinees asfalt later kijken we tegen de achterkant van Tibet aan. ‘The Last Resort’ heet het hier. En of je dat in tijd of in topografie moet zien, wordt aan de lezer overgelaten: mooi is het wel. Typisch een plek waar je je huwelijksreis wilt doorbrengen: strakgemaaid gazonnetje, rieten hutjes, sauna, warm en koud buffet opgediend door vrolijk lachende Nepalezen onder Westers bewind. Hoe decadent wil je het hebben. …. “5, 4 3, 2 1… jump”. Een brug van 162 meter hoog en 160 lengte van Zwitsers makelij met ervaring uit Nieuw-Zeeland en wederom het goede weer hebben het zelfvetrouwen en dat in de rest van de mensheid net genoeg aangevuld om dit commando ook blindelings te volgen. Het schreeuwen gaat vanzelf, als een baksteen val je naar beneden om net op tijd door het elastiek in omgekeerde richting naar boven te slingeren.

Uitgestuiterd en genieten. Stempeltje op mijn officiële Bungee Jump bewijs. Wow…..

De sokken hoefden niet verdeeld te worden en de terugvlucht bleek ook gewoon overboekt. Bagage kwam later aan dan de rechtmatige eigenaren en na het weekend zou de werkweek weer van start gaan. Wat een vooruitzicht. En toch is het weer fijn om thuis te zijn. Gelukkig hebben we de foto’s nog: http://waarwas.vendrig.net

René

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>